JPG is een bestandsformaat voor afbeeldingen, het gebruikt een compressie algoritme met kwaliteitsverlies. Hoeveel kwaliteitsverlies hangt af van het ingestelde compressieniveau. Op hoge kwaliteit is het verlies verwaarloosbaar, maar krijg je toch veel kleinere bestanden.

JPG staat onder controle van de Joint Photographic Experts Group (JPEG) en is al sinds 1994 een ISO standaard (ISO/IEC 10918). JPG is de facto al lang een veelgebruikt standaardformaat, waardoor de kans zeer klein is dat er op termijn geen software meer zal zijn die deze bestanden kan openen. JPG kan ook alle metadata bevatten die je maar wil (EXIF, IPTC, XMP, …).

Je kan met gerust hart JPG gebruiken, opgeslagen met hoogste kwaliteit, als je dat ongewijzigd als moederbestand gebruikt en alleen met kopieën van het moederbestand verder werkt. Want bij elke bewerking en opnieuw opslaan verliest een JPG aan kwaliteit. Je moet dus altijd een ongewijzigd moederbestand bewaren.

Test op verschillende kwaliteitsniveau’s

Het TIFF moederbestand is een scan van 2400 dpi van een daguerreotypie. Het bestand is 692 MB groot. De afbeelding meet 9639 op 12547 pixels.

Ik heb het met IrfanView opgeslagen op verschillende kwaliteitsniveau’s:

  • kwaliteit 100 : 65,3 MB
  • kwaliteit 90 : 18,8 MB
  • kwaliteit 80 : 12,3 MB
  • kwaliteit 50 : 6,4 MB
  • kwaliteit 10 : 1,5 MB

Zelfs op de hoogste kwaliteit is het bestand meteen 10 keer kleiner. Hieronder een uitvergroting van een oog tot 300% om de kwaliteit visueel te vergelijken. Bij kwaliteitsniveau “JPG 50” zie je duidelijk jpeg artefacten ontstaan (blokjes). Op de hogere niveaus zie je zeer weinig of geen verschil. (klik op de afbeeldingen om ze groter te zien)

TIFF
JPG 100
JPG 90
JPG 80
JPG 50

Om een concreet idee te krijgen van het kwaliteitsverlies heb ik het verschil met Photoshop zichtbaar gemaakt. Hoe witter hoe meer verschil met de originele TIFF.

JPG compressienieveau’s. Hoe meer wit hoe meer verschil met de originele TIFF.

Op kwaliteit 100 is het verschil echt minimaal, zelfs 90 is nog heel goed. Met het blote oog begin je pas iets te zien bij lagere kwaliteitsniveaus (hogere compressie).

Als je een JPG met de laagste compressiegraad opslaat (allerhoogste kwaliteit of daar net onder) kan het perfect dienen als archivalisch moederbestand, zonder een aanslag te zijn op de opslagcapaciteit van je harde schijf. Maar dat moederbestand mag je dan wel nooit bewerken. Want bij elke aanpassing en bewaaractie van het bestand gaat de kwaliteit achteruit. Werk dus alleen met een kopie van het moederbestand.

In je camera- of in je scannerinstellingen zorg je natuurlijk dat die toestellen JPG’s van de hoogste kwaliteit opslaan als je niet via een TIFF of RAW tussenstap werkt.

Van het moederbestand (TIFF of JPG) maak je dan JPG kopieën die je voor toepassingen kunt gebruiken. Converteren kan ineens voor alle bestanden tegelijk met een programma dat batch conversion ondersteund (bv. IrfanView of Google eens “batch conversion tiff to jpg“).

Lees ook Is JPEG Good Enough for Archival Masters?