Fotopapier met barietlaag kwam vanaf ca. 1880 op de markt. Alle OGZ, DGZ en DCZ hebben een barietlaag, maar er zijn ook heel wat kooldrukken op barietpapier.

De barietlaag is een laag wit bariumsulfaat gemengd in gelatine die het papier bedekt. Ze dekt de papiervezels af en zorgt voor een egale gladde glanzende ondergrond waarop de fotografische emulsie wordt aangebracht. De barietlaag kan een structuur krijgen waardoor het fotopapier mat, satijn, gekorreld, e.d. wordt

De barietlaag is op zich neutraal wit, maar ze kan ook gekleurd zijn.
Populaire kleuren waren rosa, pensée en chamois. Chamois is nog tot in de jaren 1960 gebruikt, de andere kleuren maar tot ca. 1930.

Wit bleef uiteraard de standaardkleur, tot op dit moment, hoewel veel commercieel fotopapier sinds 1970 niet met een barietlaag maar met een witte plasticlaag (polyethyleen) bedekt is (PE-papier of RC-papier).