Haal het maximum aan informatie uit doodsprentjes

Bidprentjes (doodsprentjes, rouwprentjes) zijn een heel belangrijke en interessante bron om genealogische informatie te verzamelen, zeker in de niet-openbare periode van de registers van de burgerlijke stand (laatste 100 jaar voor geboorten, 75 voor huwelijken, 50 voor overlijden) en de bevolkingsregisters (laatste 120 jaar) in België.

Door de informatie die ze bevatten en als tastbaar aandenken zijn bidprentjes eigenlijk onmisbaar voor je familiegeschiedenis.

Doodsprentjes

Doodsprentjes worden uitgedeeld aan de aanwezigen bij de begrafenis, als aandenken. Deze Katholieke traditie begon ongeveer in het midden van de negentiende eeuw, eerst bij vooraanstaande families en priesters.

Een doodsprentje heeft een vrij vaststaande structuur. De klassieke genealogische elementen zijn:

  1. de naam van de overledene
  2. de naam van de partner  (meerdere in geval van meerdere huwelijken), of de ouders (in geval van een kind)
  3. geboortedatum en -plaats
  4. overlijdensdatum en -plaats
  5. titels, beroep, onderscheidingen, lidmaatschap van verenigingen, …
  6. familienamen van de rouwende families (normaal gezien 4 in geval van een gehuwde overledene)
  7. portret(foto)

De meeste elementen spreken voor zich, enkele verdienen wat meer uitleg.

Door middel van “weduwe/weduwnaar van” voor de naam van de partner weet je of de partner al overleden was. Dat is een belangrijk onderzoeksgegeven dat je in je stamboom kan aangeven als “overleden vóór”, een zogenaamde terminus ante quem.

Het adres van de begrafenisondernemer en/of de drukker is meestal een goede indicatie voor de plaats waar de overledene of zijn familie woonde. Als die plaats verschilt van de plaats van overlijden (bijvoorbeeld omdat het overlijden in een ziekenhuis plaatsvond) kan dat een interessante aanwijzing zijn om op zoek te gaan naar meer informatie.

Onderscheidingen en lidmaatschap van verenigingen

Die informatie zegt wat over het leven van je voorouder en het kan een aanzet zijn tot verder onderzoek. Onderzoek in archief van verenigingen kan meer stof geven voor je familiegeschiedenis en kan nog onverwachte foto’s opleveren van je voorouder.

Gekregen onderscheidingen kunnen een interessant element zijn om een onbekende familiefoto te identificeren.

Via Google zoek je foto’s van de genoemde medailles en vergelijk ze met medailles die een onbekende draagt op een foto. Dat kan, als de datering en leeftijd kloppen, de doorslag geven voor identificatie.

Bepaalde medailles werden pas vanaf een bepaald jaar uitgereikt. De Herinneringsmedaille aan de Regeerperiode van Leopold II werd bijvoorbeeld ingesteld op 21 juli 1905. Medailles ivm de eerste wereldoorlog dateren uiteraard niet van vóór die oorlog. Zo kan het aantal en de soort medailles op een foto een duidelijker datering geven voor een foto.

De rouwende families

Gebaseerd op mijn eigen verzameling bidprentjes uit Hamme zien we dat de vermelding van de vier ouderlijke families in trek komt vanaf de jaren ’40. Vanaf de jaren ’70 heeft het merendeel van de bidprentjes die vermelding.

Vermelding 4 ouderlijke families

periode% met families
tot 19000%
1901-19100%
1911-19200%
1921-19300%
1931-19400%
1941-195012%
1951-196038%
1961-197059%
1971-198081%
1981-199072%
1991-200069%
2001-201060%

Als je de vier ouderlijke families correct ontcijfert kan je meteen een generatie toevoegen. Tenminste de achternamen, wat een belangrijke link kan zijn naar andere verzamelde gegevens.

De klassieke volgorde van de families is (♂=echtgenoot, ♀=echtgenote):

Vader♂ Vader♀ Moeder♂ Moeder♀

Soms:

Vader♂ Moeder♂ EN Vader♀ Moeder♀

Bij een geestelijke of een alleenstaande worden soms 2 families vermeld: dat zijn dan de familienamen van de ouders.

Als er 5 families staan dan zijn er bijvoorbeeld twee huwelijken geweest.

TIP

Door bidprentjes samen te zoeken die dezelfde twee rouwende families van vaderskant of moederskant bevatten kan je gezinnen samenstellen. Het gaat dan om broers en zussen.

Al moet je daar mee opletten, want soms zijn er in een bepaalde periode meerdere koppels geweest met dezelfde combinatie van familienamen!

Portretten/foto’s

Een portret op een bidprentje kan de sleutel zijn tot identificatie van een anonieme familiefoto, en het is een heel mooie aanvulling voor je stamboom.

Buiten enkele koninklijke, adellijke en klerikale uitzonderingen (met portretten in gravure) dateren de vroegste portretbidprentjes van de jaren 1850. Ze werden gemaakt met steendruk (lithografie, voor het eerst in België geïntroduceerd in 1818), naar een gravure of foto.

Met de uitvinding van de directe fotolithografie (1855), kon een steendruk rechtstreeks van een fotografisch negatief gemaakt worden. Dat zorgde voor een doorbraak, want het was veel sneller en gemakkelijker dan een klassieke handmatige steendruk.

Echte foto’s

Doodsprentjes met echte foto’s bestaan al van zodra foto’s commercieel vlot op papier afgedrukt verkrijgbaar waren (vanaf ca. 1860). Al was dat heel duur en dus eerder zeldzaam.

Doodsprentje met foto (albuminedruk) van Marie Antoinette Van Overstraeten 1846-1871. De foto zelf dateert van voor 1867 aan de mode te zien, waarschijnlijk genomen rond 1864.

De fotografische afdruktechnieken op fotobidprentjes evolueerden mee met de populaire technieken van de tijd. Je vindt albuminedrukken, kooldrukken, daglichtafdrukken en de klassieke zwart-wit afdrukken (ontwikkelgelatinezilverdruk). Tussen WOI en 1970 vind je veel portretbidprentjes die volledig op zwart-wit fotopapier gedrukt zijn. Je herkent ze goed aan de zilvering (blauwige glans in de donkere delen), niet alleen in de foto, maar ook in de zwarte rouwrand.

Druktechnieken op basis van foto’s

Een alternatief voor een echte foto was de genoemde fotolithografie. Die was heel populair bij de hogere klassen van ca. 1860 tot ca. 1900. De bekendst drukkers daarvan zijn Florimond Van Loo uit Gent, die in 1853 begon en J.B.D. Hemelsoet, ook uit Gent.

Doosprentje met fotolithografie (Gand Lith. Florimond Van Loo) van Jean Francois Cools 1787-1866.

Hemelsoet maakte, naast fotolithografie, in de periode 1888-1908 ook doodsprentjes met lichtdruk (ook phototypie of collotypie genoemd). 

Doodsprentje met lichtdruk (Phototypie J.B.D. Hemelsoet, Rue St. Jean, Gand.) Philippe De Kepper 1821-1897.

Portretbidprentjes met een gedrukte foto gingen uiteraard ook mee met de evolutie van de druktechnieken. Je vindt ze allemaal wel terug, van lithografie over lichtdruk, naar autotypie en offset en later digitale druk, eerst nog zwart-wit en tenslotte in kleur.

TIP

Het was heel normaal om een beperkte reeks doodsprentjes mét portret uit te geven (bedoeld voor de intieme kring of “speciale” personen), en de overgrote meerderheid zonder portret.

Stop dus nooit met zoeken als je één prentje zonder portret gevonden hebt, mogelijk bestaat er toch een versie mét portret.

Waar vind je doodsprentjes?

Online kan je al heel wat vinden:

Vaak vind je alleen indexen op collecties en kan je de afbeeldingen aanvragen, eventueel tegen een kleine vergoeding.

In de jaren 1970 publiceerde Filip Lemmens in Vlaamse Stam een Repertorium van XIXde-eeuwse bidprentjesportretten in 74 delen (in totaal 1961 prentjes). Het bevat voornamelijk de prentjes in de collectie van de Universiteitsbibliotheek van Gent, door Van Loo en Hemelsoet. Het is een belangrijke bron voor geïdentificeerde portretten uit de negentiende eeuw. Interessant om onbekenden op foto’s mee te identificeren.

Opletten

Bidprentjes bevatten al eens fouten, neem ze dus nooit aan als enige bron.

Wil je nog meer informatie vinden ga dan op zoek naar rouwbrieven, daarin vind je traditioneel een lijst van kinderen en kleinkinderen met hun partners. Dat kan je weer heel wat stappen verder brengen.

4 gedachten over “Haal het maximum aan informatie uit doodsprentjes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.